dinsdag 23 juni 2009

Timmer-LEER-werkplaats

door Wilfredo&Judith: http://judithprakken.blogspot.com/
Een tijdje geleden schreven we over een project dat we gepresenteerd hadden aan de Stichting Handmelkers uit Best en wat ze gefinancierd hebben. Door zeer moeilijke bereikbaarheid en gebrek aan actieve betrokkenheid van de bewoners van het dorp waar we de Timmer-leer-werkplaats wilden opzetten, werd de uitvoer een tijdje stilgezet, zodat we konden sonderen waar we betere omstandigheden en vooral betrokken personen konden vinden om dit belangrijke project uit te kunnen voeren.
Daarvoor hebben we gebruik kunnen maken van de algemene jaarlijkse vergaderingen van Sucre en Oxamarca, met de voorgangers die gaan over alle kleine berggemeentes van die regio´s. We reikten hen de essentiële informatie aan over de voordelen, maar ook de verplichtingen, zodat degenen die zich aanmeldden een overeenkomst tekenden en we zo beter, zekerder van start konden gaan. Uit ervaring weten we dat we niet moeten vallen in assistentieel werk, zoals ze dat hier noemen: geen hulpverlening zonder voorwaarden, zodat ze niet afhankelijk worden en de resultaten ook echt weten te waarderen, omdat ze er zelf deel van zijn.
Begin Juni ging dus het project dan echt van start in Sucre, deel van Celendín. Onlangs is de provincie Celendín uitgeroepen tot de armste Provincie van het departement Cajamarca in Perú. Het district heeft een totale bevolking van 5.860 (4738 woont buiten het dorp in kleine gemeenschappen), waarvan 2210 kinderen onder de 14 jaar.
Bij aanvang denken we soms door enthousiasme, dat er juist veel beginnen en sommigen na een tijdje misschien afhaken. Hier werkt het juist andersom: omdat er veel wordt beloofd (vooral vanuit de overheid) en het grootste gedeelte niet wordt nagekomen, zijn de mensen sceptisch en willen ze ZIEN voordat ze GELOVEN en actief gaan MEEWERKEN.
Dit zien we hier ook weer: er werd een datum afgesproken voor de eerste workshop. De middag dat de leraar en coördinator met alle gereedschap en machines aankwam in Sucre, stond er maar één persoon op ze te wachten... de meeste begunstigden moeten van andere dorpen naar Sucre toelopen, zo´n 3 a 4 uur. s´Avonds en in de vroege ochtend kwamen meer begunstigden en gingen ze van start met 7 mensen. Eerst kijken, dan geinen en toen toch echt serieus aan de slag! “Het bleek dus toch waar te zijn: de machines zijn er en de leraren zijn gekomen, ze hebben toch interessen in ons, we zijn dus toch iets waard...” Met veel enthousiasme zijn ze, met hulp van de specialist die mee was, de machines gaan aansluiten en natuurlijk duidelijk afspraken maken over veiligheid.
Velen van hen weten iets van houtbewerken, maar dat gaat meestal alleen met een hakmes en dan krijg je hele grove, ruwe resultaten. Dit is dus voor hen een hele omschakeling en beetje bij beetje zullen ze leren betere producten te maken. Vooral wordt gewerkt aan banken, ramen en deuren, waar veel vraag naar is in het binnenland. De meeste producten worden met eucalyptushout gemaakt, gezien dat de aanvoer is in die streken. Ander hout moet worden besteld en is meteen ook redelijk duur, waardoor er zeer weinig vraag naar is. Eucalyptushout is erg hard, waardoor het gebruik van de machines voor de goede afwerking hard nodig is. Daar wordt nu dus beetje bij beetje aandacht aan besteed.
Het doel van dit project is Sucre en omgeving technisch opleiden en vormen tot professionele timmerlui, om de inkomsten te verhogen en levenskwaliteit te verbeteren. Het project heeft vier hoofdthema´s:
· Vorming en versterking van de locale organisatie (stichting)
· ¿Hoe werkt een bedrijf?
· Hout bewerken en afwerking
· Promotie en Commercialisering

Het eerste punt is het belangrijkste, gezien er weinig wordt samengewerkt omdat er veel wantrouwen is. Vanuit de kerken willen we het anders voorstellen en voorleven, zodat er niets opgelegd wordt, maar er een natuurlijke behoefte ontstaat naar associaties en oprichten van bijvoorbeeld een officiële stichting die deze Timmer-leer-werkplaats zal beheren en onderhouden: de begunstigden zijn van de kerken, maar ook van de dorpen.
Dit is allemaal naar de toekomst geprojecteerd natuurlijk. We komen al doende veel kleine dingetjes tegen, zoals machines die niet helemaal compleet werken, licht dat in het hele gebouw uitvalt als er één machine aangaat, houttoevoer en later verkoop van de producten te garanderen, etc. Maar het leuke is dat de mensen het nu, de tweede workshop al meer zelf oppakken. Zo moest Rafael, de coördinator uit Cajamarca, afgelopen zondag naar Sucre in plaats van maandag, omdat de mensen al een dag eerder naar Sucre waren gelopen om op tijd het “huiswerk” (klein bankje) te maken en vroeg op de volgende workshop te zijn!
Tegelijkertijd willen we zien of we een ander project kunnen laten financieren over verbeterde keukens en formuizen in het binnenland, in een kleine gemeenschap buiten Sucre: In de landelijke gemeenschappen van het district van Sucre leven de families, voornamelijk landbouwers, in het algemeen in huizen van één of twee kamers, waarin zowel mens als dier leeft, en ook de producten van de oogst worden bewaard. Om kou tegen te gaan, zijn de ramen klein en daardoor is er weinig ventilatie en is het donker.
De traditionele keukens worden gevestigd in centrum van het huis waar de vrouwen voedsel op een oven voorbereiden, die met drie stenen wordt gemaakt, die op de grond worden geplaatst, brandhout gebruikend als brandstof. De rook vult het huis en veroorzaakt irritatie aan de ogen en ademhaling, vooral aan de vrouwen en de kinderen, naast brandwonden. De bouw van de keukens die het project voorstelt, veronderstelt een vermindering in de consumptie van brandhout tot 50%, de vermindering van rook, grotere veiligheid voor de kinderen en comfort voor de vrouwen.
Met de ervaring die we nu opdoen, denken we de projecten steeds beter te kunnen uitvoeren en fondsen te vinden die hierin geloven. Sommigen kunnen dit te klein kruimelwerk vinden, maar pionieren is juist de weg banen voor grotere projecten en dáár zijn we nu hard mee bezig!

maandag 1 juni 2009

Wat een week!

Er zijn van die weken dat er van alles gebeurt...

Vorige week kwamen twee meisjes vragen of ik een gastles wilde geven op een particuliere universiteit voor toekomstige onderwijzers. Het moest informatie zijn over het onderwijs in Nederland in vergelijking met het onderwijs in Perú. Gelukkig kon ik ruim voldoende informatie vinden op het internet en met de ervaringen bij het onderwijs van onze eigen kinderen destijds in Huancayo, viel de tijd aardig te vullen. Waar het mij heel erg om ging is de motivatie van de jongelui - om niet alleen een beroep te leren waar je geld mee kunt verdienen, maar vooral over te brengen dat het voor een kind ongelooflijk veel uitmaakt WIE les geeft en HOE. Dat zijn juffrouw of “meester” in hem/haar gelooft. Er kwamen aardig wat reacties en ik heb het idee dat sommigen er ook wat aan hadden. Zoals ik later hoorde van de meiden die me uitgenodigd hadden, zijn er verschillenden die nauwelijks gemotiveerd zijn en alleen studeren om een beroep te hebben, doet er niet toe welk, en zelfs anderen omdat ze hun ouders een plezier doen om te studeren. De maatschappij geeft hier niet de mogelijkheid van: "waar kan ik mij het beste in ontwikkelen?", maar "wie geld heeft, studeert en wie niet, zoekt maar uit hoe hij/zij met karwijtjes geld verdient".

De dagen ervoor ben ik druk geweest met de resultaten van het onderzoek van Maribel, de moeder van Elisha, waar ik wel vaker over heb geschreven. Maribel (26 jaar) kreeg tijdens ons bezoek aan Cajén een paar toevallen, dus hebben we haar naar Cajamarca meegenomen en ben ik met haar meegeweest voor allerlei onderzoeken. Onderzoeken die meestal door hen zelf niet worden gedaan, omdat ze te duur zijn waardoor het vaak erger wordt en door gebrek aan de juiste medicijnen zelfs tot de dood kan leiden. De afgelopen week kwamen de uitslagen eindelijk. Het wachten was vooral voor Ander natuurlijk heel erg zwaar. Het blijkt dat ze een beginnende epilepsie heeft, waar ze minstens twee jaar medicijnen voor moet slikken. Deze medicijnen kosten S/. 300,- (€ 41,--) per maand en dat is een hoop geld voor de mensen, gezien het minimumloon in de stad S/. 450.-/maand is. We hebben daarom besloten om hen te helpen met de helft van de kosten, maar het zal voor Ander - haar man, een toer worden om de andere helft bij elkaar te krijgen. Hij is leider van de kerk in Cajén en kan daardoor moeilijker ergens anders (tijdelijk) werk gaan zoeken waar loon betaald wordt. In het dorp Cajén hebben de mensen die melk aan de melkfabriek leveren een redelijk vast inkomen, anderen leven van de opbrengst van hun land. Momenteel is het nog geen oogsttijd, dus is geld schaars in het dorp. We hopen en bidden dat er een oplossing voor dit gezin gevonden kan worden. Ander en Maribel hebben één koe en een kalf, dat is een begin, maar levert nog niet veel inkomsten op.

Vanmiddag, op zondagmiddag werd er gebeld. Leonila met haar twee gehandicapte kinderen stond voor de deur. Ze waren net aangekomen en kwamen maar vast langs, dan konden ze misschien vandaag nog geëvalueerd worden door Dra. Ruby, de revalidatiearts. Dat kon dus niet meteen. De mensen van de campo leven in een andere wereld. Ze leven van moment in moment en afspraken maken is dan moeilijk, want er kan zo ongelooflijk veel tussen komen. Leonila had eigenlijk vorige week maandag moeten komen, maar toen lukte het niet met de melkwagen te komen, vertelde ze. Nu kan ze gelukkig morgenmiddag terecht en zullen beide kinderen worden geëvolueerd. Beide kinderen lijden aan epilepsie om verschillende redenen. Deymis van 8 jaar zit nu voor de tweede keer in de eerste klas, omdat hij 4 maal per dag toevallen kreeg toen hij nog geen medicijnen gebruikte. Maria van 4 jaar, is verstandelijk gehandicapt en heeft jarenlang verschillende epilepsieaanvallen per dag gehad, waardoor haar ontwikkeling erg stagneert. Sinds een klein jaar krijgt ze nu medicijnen en mede door de oefeningen die haar moeder met haar doet kan ze nu alleen lopen. Ze begint ook te reageren als men tegen haar praat. Het is geweldig om te zien als er kinderen vooruitgang maken. Vooral als de ouders meewerken en ook de kinderen zelf merken dat ze vooruit gaan.

Er is zo veel te doen! Gelukkig kunnen we daar een beetje aan bijdragen.

maandag 25 mei 2009

Handen wassen...

Eergisteren kwamen we terug van onze eerste “scholenreis”. We waren in Cajén, “slechts” 3 ½ uur reizen van Cajamarca. De heenweg duurde wat langer, want het regende onderweg en er waren nogal wat gaten, die je door de regen niet kunt inschatten voor wat betreft de diepte van die gaten. Langzaam rijden dus. Het was een feest om iedereen weer te zien. Cajén is een kerk met veel jonge gezinnen, geweldig “materiaal” om mee te werken. Elke keer gebeurt er iets onverwacht bij het reizen. Dinsdagmiddag waren we bezig met onze “siësta”, toen we werden gestoord met het verzoek of Ger een kinderfilm wilde draaien voor een klas van de plaatselijke lagere school. Ze waren maar vast gekomen met hun juffrouw. Het dorp heeft nog geen electriciteit en daarom heeft het dak van de kerk enkele doorzichtige golfplaten om overdag voldoende licht te hebben, dus was het niet doenlijk om een film te draaien midden op de dag. Of Ger dan maar een bijbelverhaal wilde vertellen voor de kinderen. Dat heeft hij nog niet vaak gedaan, maar de kinderen zaten al vast in de kerk, dus was het geen optie om nee te zeggen. Een nieuwe ervaring tijdens de bijbellessen voor de leiders, heel leuk. De volgende dag werden werd ik, Froukje, vlak voor het middageten gehaald, want een jonge moeder was flauwgevallen in de keuken. Het bleek dat zij dit in de voorafgaande week al twee keer had gehad en dus besloten we om haar mee te nemen naar Cajamarca voor onderzoek. Het is de vrouw van de leider van de kerk en ons beleid is om de leiders en hun familie te helpen als er ernstige gezondheidsproblemen zijn. Dat is ook investeren in leiderschap. Daar ook hun dochtertje van anderhalf jaar nogal verkouden en grieperig was en koorts had, ging zij ook mee. Donderdagmiddag vertrokken we weer naar Cajamarca, met de patienten dus. Dezelfde avond zijn we naar een kinderarts gegaan, die constateerde dat de baby een flinke bronchitis had met een beginnende oorontsteking. Ze gaf medicijnen en indicaties voor de behandeling. Volgens haar waren we nog net op tijd, want als er geen behandeling was gekomen, had de baby in het ziekenhuis opgenomen moeten worden. We hoefden niets te betalen, noch voor de behandeling, noch voor de medicijnen; geweldig!!
De dag daarop konden we met de moeder bij de neuroloog terecht, die verschillende onderzoeken heeft voorgeschreven. Daar waren we een groot gedeelte van de dag weer mee zoet. Ondertussen zijn moeder en kind weer onderweg naar Cajén. Ik kan de uitslag van de onderzoeken ophalen en we zullen per mobiel telefonisch contact onderhouden i.v.m. met de behandeling, die n.a.v. de uitslag zal volgen.
Elke keer als we van een reis terug komen, zijn er allerlei “opdrachten” die we mee krijgen. Behalve deze medische problemen, werd me deze keer ook verzocht om een kleine brochure te laten copiëren, medicijnen te kopen, geld te sturen voor de aankoop van een muilezel voor één van de presbiters, enz. Soms voel ik me net een marskramer, want we nemen ook altijd bijbels van verschillend formaat en verschillende prijzen mee, evenals zangboekjes, christelijke stickers, groentezaden, leesbrillen, enz.
Een hoogtepunt tijdens ons verblijf in Cajén was de inwijding van de waterleiding. Een paar maand geleden hebben we voor de helft bijgedragen in de aanleg van de waterleiding in de buurt waar de kerk van Cajén is gesitueerd. Behalve de kerk worden er nu 11 gezinnen voorzien van waterleiding in hun huis, of liever gezegd bij hun huis, want de meesten bouwen een waterbak buiten waar ze ook de was in kunnen doen. Het was een feest om een lint door te knippen in de wasbak en de kraan open te draaien, zodat iedereen zijn handen kon wassen voordat we gingen eten. Voorheen moest het water met kannen en kruiken worden aangedragen, waardoor de hygiëne nogal te wensen overliet. Nu had niemand een excuus om geen handen te wassen voor het eten, iets wat (nog) niet in hun dagelijks patroon voorkomt. Zowel de mensen van de kerk als de andere begunstigden van het water hebben keihard gewerkt om het water geïnstalleerd te krijgen voordat de lessen begonnen. Hierna kan iedereen zijn eigen installatie maken. Voor de bevolking is het een getuigenis dat de kerk zich niet alleen met “levend water” bemoeit, maar ook probeert het dagelijks leven beter te maken.

dinsdag 12 mei 2009

Weer met z´n tweeen

Iedereen is weer naar zijn of haar plek teruggekeerd. Het was een byzonder feest, de bruiloft van Judith en Wilfredo. Een persoonlijk verslag en foto´s van Judith kunnen jullie lezen op haar weblog: http://www.judithprakken.blogspot.com/
Al vanaf half april kwamen de gasten uit Nederland, de vriendinnen van Judith logeerden bij haar in hun nieuwe huisje, sommigen logeerden in een hostal, anderen konden we onderbrengen bij vrienden en Marco en Sanne met hun dochter Marisa uit Bolivia, logeerden bij ons in huis. Sommigen kwamen bij ons ontbijten, maar vrijwel allemaal kwamen bij ons middageten. Zo zaten we vaak met 15-20 mensen in de tuin of waar maar plek was, want de tafel was daar niet groot genoeg voor. Elsy kwam deze dagen onze hulp, Melchora, helpen met koken en elke dag was er weer gelukkig genoeg voor iedereen. Sommige activiteiten deden we samen. Zoals het “vrijgezellenfeestje” van Judith en een tocht naar Cumbemayo (een “bos” van rotsen) met als sluitstuk een kampvuur op het terrein van Pan de Vida, bij Elsy. Daar werden allerlei klassieke liedjes gezongen: ik weet niet wat de Peruanen gedacht hebben van die uitbundige Hollanders, die luid zongen met bewegingen “van voor naar achter, van links naar rechts.......” enz. Veel hebben we maar niet vertaald :).







Na de bruiloft gingen alle gasten langzamerhand weer weg. Eén van de laatste gezamenlijke activiteiten was Konininnedag. Doordat er nog een grote groep bruiloftsgasten was, waren we met 20-25 mensen te gast in de Ijssalon van Pim, de Hollandse ijsboer hier in Cajamarca. Ger heeft een passend woord gesproken voor alle aanwezigen, want de gebeurtenissen in Apeldoorn kregen we ’s-morgens vroeg al mee via internet. Ook in het buitenland denk je dan “hoe is het mogelijk........”.

De laatste gasten, onze oudste dochter met haar man en onze jongste zoon, zijn vorige week donderdag weer vertrokken. En toen bleven we met z’n tweeën over in gezelschap van kat en hond. Judith zien we natuurlijk regelmatig, omdat zij ook in Cajamarca woont en 2 dagen per week met ons meewerkt, maar het is toch anders. Het went ook nooit om de rest van de kinderen ver weg te hebben. Gelukkig is er veel contact via internet en telefoon, maar toch...........

In September hopen we voor 4 maanden naar Nederland te gaan. Onze agenda wordt bijgehouden door Monique van Nierop en als er belangstelling is voor een spreekbeurt en/of presentatie zullen we graag komen. Het telefoonnummer van Monique is: 0497-535150, haar e-mailadres: monique@bureauvannierop.nl .

Voordat we naar Nederland kunnen gaan is er nog een heleboel te doen. Volgende week gaan we voor de eerste school, ná de regentijd,naar Cajén. Ger zoekt de films uit om ’s-avonds als evangelisatie te draaien en bereid de lessen voor voor overdag, samen met Marciano. De regens verminderen behoorlijk, dus we hopen dat de weg redelijk begaanbaar zal zijn. Reparaties en onderhoud zijn nog altijd een behoorlijk kostenpost.

zondag 12 april 2009

De eerste reis in 2009

Voorvergadering
in Celendín




Gisteren zijn we teruggekomen van onze eerste reis dit seizoen naar het binnenland. Het was best spannend hoe mijn lichaam zou reageren op alle gaten en kuilen. Met een stevige neck-lace ben ik meegegaan. Het is eigenlijk best wel goed gegaan. Op de heenreis heb ik niet erg veel last van mijn nek gehad. Woensdag hadden we de vergadering met alle leiders. Een paar leiders waren er niet en de situatie van hun kerk baart ons dan ook best wel zorgen. Als er geen plannen worden gemaakt en de “zaak” alleen maar draaiende wordt gehouden, dooft alles vanzelf uit als een nachtkaars. Graag jullie gebed voor Santa Ana met Rafael en Celendín met Demetrio. Dit jaar hebben we een paar nieuwe activiteiten gepland. Ten eerste een conferentie met echtparen. We zijn heel erg benieuwd hoe dit zal gaan. Het is op verzoek van de voorgangers dat we Godo en Teresa, onze voorgangers in Cajamarca, hebben gevraagd om deze conferentie te houden. Zij hebben speciale programma’s voor echtparen en in Cajamarca geeft het veel resultaat. In de “campo” is veel huiselijk geweld en communicatie is iets wat niet geleerd wordt, niet in de opvoeding, maar helemaal niet op de scholen. Eén onderwerp zal dus zijn: “hoe kan ik zinnig ruzie maken.”. Anderhalve dag willen we de echtparen min of meer afzonderen en dat zal niet meevallen met boerenfamilies. Ze zullen moeten organiseren dat hun kinderen zijn ondergebracht en hun vee verzorgd wordt.
We zijn heel erg benieuwd.

Een ander nieuw iets is een conferentie voor boeren, waar een “oude” vriend, Julio Rojas zal spreken. Twee dagen zal hij in Sucre zijn, daarna in Oxamarca en Malat. Dat zijn de plaatsen waar nu een boerenvereniging is. Vanuit de kerk is dit initiatief genomen, maar ook mensen van buiten de kerk nemen er deel aan. Julio is antropoloog, maar hij noemt het toegepaste antropologie. Hij geeft leiding aan communiteiten in veefokprogramma’s, verbetering van landbouw en een nieuw project, een geitefokkerij. Zijn ervaringen en kennis zal de mensen helpen om zelf meer initiatieven te nemen en tijd en geld te investeren in hun dromen.
Allemaal krijgen ze een poster
mee om in hun kerk op te hangen
"Hier bidden wij voor Perú"
Judith heeft voor een groep potentiële timmerlui in Sucre uitgelegd wat het project van de timmerschool inhoudt. In mei zullen de lessen beginnen. Twee maal twee dagen per maand, vier maanden lang. We zijn heel erg benieuwd hoe dat zal gaan.

Op de terugweg stonden we na een half uutje buiten Celendín, waar we overnacht hadden, al weer stil. Er was de avond tevoren een enorme hoeveelheid modder van de berg op de weg gevallen, een huayco (modderlawine) had de weg versperd. Een grote vrachtwagen, die van Cajamarca ons tegemoet kwam, had geen geduld om te wachten tot er een grondverschuiver zou komen en had geprobeerd om zelf door de modder zich een weg te banen. Hij zat muurvast. Van verschillende kanten waren er boeren komen kijken en zij begonnen met een paar spaden de modder bij de wielen weg te scheppen. Het duurde een half uur en toen konden we weer verder. Een omstander merkte op dat we geluk hadden, want een paar weken geleden was er een modderlawine gevallen en het had toen drie dagen geduurd voordat de weg weer vrij was.

Thuisgekomen merkte ik wel dat de spieren zich aardig hebben gespannen en we hopen dat het met therapie en oefeningen weer allemaal in orde komt. Het was in elk geval heel erg fijn om iedereen weer te zien. Verschillende verzoeken om hulp bij nieuwe projecten hebben we gekregen en daar zullen we in de komende tijd van vertellen. De mensen begrijpen ondertussen dat hun eigen aandeel in manuren, maar ook in geld minstens even belangrijk is en ze aanvaarden die verantwoordelijkheid. Ook het reilen en zeilen van de kerken geeft in zoverre voldoening dat er temidden van allerlei onzin, die op andere plaatsen wordt geleerd, “onze” kerkjes “recht in de leer” zijn gebleven en dat stemt ons tot grote vreugde.

dinsdag 17 maart 2009

Voorbereidend werk

Net toen ik wilde gaan zitten schrijven kwamen ze binnen, Waldesmiro en zijn vrouw María.

Ze komen uit Piobamba, een dorp op 5 uur rijden met de auto, maar met de melkwagen duurt het zeker 7-8 uur over een hobbelig karrespoor. Ze hebben een paar jaar geleden de beslissing genomen dat hun beide zonen het verder moesten brengen dan zij. Zo kwam hun oudste zoon, Telmo in Cajamarca terecht en zit nu in het laatste jaar van de middelbare technische school. Hij heeft het goed gedaan. Naast de school heeft hij een baantje, waardoor hij wat bijverdient en zijn kamer kan betalen. Nu is zijn jongere broer aan de beurt. Ilés zit nu in de eerste klas van dezelfde school en de ouders komen nu om hen beiden te bezoeken. Ze kunnen er nog niet aan wennen dat de kinderen niet meer thuis zijn, maar beslissen om in de stad te gaan wonen is ook heel erg moeilijk. Ze missen het open veld, het weiden van de schapen en het werken op het land. Als ze in Cajamarca zijn, willen ze altijd even langs komen om bij te praten en begrip te vinden. De kinderen ver weg wonend went immers nooit. We kunnen er over mee praten. Die bezoekjes komen niet altijd gelegen, maar we kunnen en willen ook niet zeggen dat ze maar niet meer moeten komen, we zien het genoegen wat ze er aan beleven om hun verhaal kwijt te raken.

Vorige week kwam Simón. Hij is oudste in de kerk van Malat en heeft de bouw van de kerk helemaal geleid. Ze zijn in Malat niet op hun lauweren gaan rusten, want ze hadden niet eens banken om op te zitten, dus zijn ze gaan timmeren en hebben intussen 18 banken gemaakt. We bidden nu dat alle banken vol raken, zodat ze erbij moeten maken. Helpen jullie mee? Terwijl Simón hier op het terras zat vroeg hij voor alle zekerheid, “Is het waar dat jullie verdubbelen wat wij bij elkaar sparen?” Vorig jaar zijn we begonnen met deze methode en het werkt prima. De mensen gaan zich afvragen wat ze beter zouden willen hebben of wat ze willen veranderen, daarna gaan ze er moeite voor doen en zien ze het resultaat van hun moeite verdubbeld. Nu kwam Simón met 700 soles, anderhalf minimum loon, want ze wilden graag een generator kopen, zodat ze electrisch licht in de kerk zouden hebben. Het hoefde geen grote generator te zijn. Na wat onderzoek is Ger met Simón een generator van 1 1/12 kw. gaan kopen. ‘k Heb er niet aan gedacht om het gezicht van Simón op de foto te zetten toen ze terug kwamen. Hij straalde, wát een vooruitgang voor de kerk. Een kerk die een paar jaar geleden nauwelijks een paar soles (Peruaanse munteenheid) bij elkaar kon krijgen en die door de bouw van hun prachtige kerk, meer een éénheid zijn geworden, veel leden erbij hebben gekregen en vooral gelóóf hebben gekregen voor vooruitgang.

Zo is er elke dag wel iets in deze tijd van voorbereiding, niet alleen van de bruiloft van Judith, maar ook van het nieuwe seizoen. Begin april zullen we de eerste vergadering met alle leiders hebben in Sucre, 4 uur rijden van hier. Daar hopen we het jaarprogramma voor 2009 te presenteren, maar vooral elkaar weer te ontmoeten en iedereen ziet daar naar uit. Voor sommigen is het een hele dagreis, lopend om er te komen, voor anderen zelfs anderhalve dag, maar meestal is iedereen er. Hiervan zullen we zeker verslag doen in een volgende bijdrage.

Een hartelijke groet van,
Ger en Froukje uit Cajamarca.

woensdag 4 februari 2009

Door Judith

Alweer februari… Zomaar ineens een maand voorbij en toch nog altijd panne op t werk, tenminste wat gaat over het loon van December. Velen van ons hebben onder druk toch het nieuwe contract getekend, waarbij er weinig verplichtend verband meer blijft tussen werknemer en werkgever, maar toch, we moeten ergens van leven. Dus tekenden we, maar toch geen loon: waarom? Omdat het pas in Januari getekend is en de betalingsregeling nu via een rechter moet gaan... dat kan nog even duren... en kosten. Hopelijk krijgen we vandaag Januari uitbetaald, en kunnen we daar t een en ander van doen: we hebben nu een huurhuisje en een bruiloft te betalen :)

Wilfredo werkt als Projectleider in een zes-maanden-project voor de gemeente van “Baños del Inca” en heeft om administratieve redenen ook December niet uitbetaald gekregen. Zijn contract mag wettelijk gezien pas vanaf januari ingaan, zelfs als hij al in December heeft gewerkt... weer een gedoe.

Nu we in Cajamarca toch getekend hebben denk ik af en toe, hadden we dat maar meteen gedaan, hadden we nu al deze ellende niet moeten doorgaan. Maar aan de andere kant leer je zoveel van hoe de maatschappij in elkaar zit, hoe mensen wel of niet samen werken, recht en vooral onrecht. Voor onze afdeling heeft het positief bijgedragen aan de sfeer onderling: allemaal in hetzelfde schuitje en meer vertrouwen; een thema dat altijd in deze streek best moeilijk is, gezien er veel verraad en eigen belang meespeelt in veel keuzes. Het is individualisme maar anders dan in NL: jaloersheid speelt een grote rol, wat een ander krijgt kan jij niet meer krijgen (vooral werk, inkomen, spullen), toch ook de wet van de sterkste (lees: sluwste).

Toch hoeft dit niet altijd op te gaan, zeker met vrienden van de kerk, waar ik in de loop der tijd echt een tweede familie heb mogen ervaren. Zeker toen het zo slecht ging met mijn moeder en die in Bolivia was: zowel Nederland als hier in Perú leefde iedereen heel erg mee!! Ik ben heel erg blij mijn ouders weer dichtbij te mogen hebben, al heeft mijn zus Sanne erg goed voor ze gezorgd en ze hier te gemakkelijk in de dagelijkse taken rollen, wat juist voor mijn moeder niet de bedoeling is. Het valt haar niet erg mee te accepteren dat ze gelimiteerd is en dus veel moet afstoten: niet alleen nu om het later weer op te pakken, maar juist VANAF NU en steeds meer zodat een ander het oppakt. Ze heeft dagelijks twee uur fysiotherapie en moet eigenlijk ook twee uur extra overdag rusten om het lichaam de kans te geven weer goed te genezen... dat valt niet mee, maar we zijn velen die erop toezien ;) Blijf bidden voor volledig herstel!

Juist om deze reden, omdat er nog best wat blijft liggen en het werk in het binnenland weer begint, zijn we aan het kijken naar de mogelijkheid of ik wat meer kan steunen in het werk (administratief, voorbereidend en organiserend) met de kerken in het binnenland – de Campo. Hiervoor moet het thuisfront van Nederland er natuurlijk achter staan en zou het voor mij een uitdaging zijn, beetje bij beetje mijn eigen thuisfront op te kunnen bouwen en daarmee steeds meer uren te besteden in de voortgang van dit belangrijke werk. De milieuwereld is, zoals jullie wel weten, ook mijn passie en we willen zien of we beide kunnen combineren zodat ik ook de contacten van het werk op de Burgerlijke Gemeente kan gebruiken voor het verbeteren van de leefomstandigheden van de arme boeren in het binnenland, waar mee mijn ouders al jaren werken.

Toen ik met de Directeur en mijn directe baas ging praten over het stoppen bij de gemeente, waren ze er niet erg blij mee en boden ze aan te onderzoeken of ik dan drie dagen in de week zou kunnen werken: iets wat hier niet erg gewoon is, gezien er niet gekeken wordt naar productiviteit, maar alleen je uren maken en niets meer. Ik was erg blij de waardering te merken voor wat ik deze twee jaar heb kunnen opbouwen. Nu is het dus afwachten of de personeelsafdeling het accepteert, gezien ze, zoals jullie wel gemerkt hebben, niet erg flexibel zijn. Voordeel voor mij is dat de Directeur van de Milieuafdeling een goede vriend van de Burgemeester is, en zo wordt nou eenmaal alles hier bepaald. Daar houden we rekening mee en maken we gebruik van :)

Dus vanaf maart hopelijk half om half werken: 3 dagen milieuafdeling - en 3 dagen ontwikkelingshulp voor het binnenland van Cajamarca-Perú.

--Geplaatst door Judith PERU op Judith & Wilfredo op 2/02/2009 06:17:00 PM